WIE ZIJN DE ZWAKKE WEGGEBRUIKERS?

De zwakke weggebruikers zijn de personen die zich te voet, met de fiets, met een step of een ander niet-gemotoriseerd voertuig voortbewegen en dus een hoog risico lopen op zware lichamelijke letsels ingeval van een aanrijding. Zij hebben dus weinig tot geen bescherming ingeval van een verkeersongeval. Ook een passagier van een motorvoertuig valt onder de categorie “zwakke weggebruiker”. Om die reden biedt de wet hun extra bescherming.

De bestuurder van een motorvoertuig wordt niet als zwakke weggebruiker aanzien en geniet deze wettelijke bescherming niet.   Hij kan wel een aparte bestuurdersverzekering afsluiten opdat ook zijn lichamelijke schade vergoed zou worden ingeval hij aansprakelijk zou zijn voor een verkeersongeval.

 

WAT BIJ EEN VERKEERSONGEVAL?

Om de zwakke weggebruikers een extra bescherming te bieden werd bij wet art. 29bis WAM (Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen) in het leven geroepen. Dankzij deze wetsbepaling zal de verzekeraar van bij het verkeersongeval betrokken motorvoertuig gehouden zijn tot het betalen van de lichamelijke schade, met inbegrip van de kledijschade, van de zwakke weggebruiker en hun rechtshebbenden in geval van overlijden van de zwakke weggebruiker. Deze vergoeding gebeurt ongeacht wie er in fout is voor het verkeersongeval.   Het betreft dus een van elk foutbegrip losgekoppelde verplichting van de verzekeraar.

Onder de lichamelijke schade vallen onder meer de schade voortvloeiend uit persoonlijke ongeschiktheid, huishoudelijke ongeschiktheid, economische ongeschiktheid (inkomstenverlies en/of meerinspanningen), de genoegenschade (bv. verlies hobby’s), de esthetische schade, kosten voor hulp van derden, kosten voor materiële hulpmiddelen (waaronder de zogenaamde functionele prothesen zoals een bril, hoorapparaat, gebit etc.), de medische kosten, de verplaatsingskosten en de administratiekosten. Ook de kledijschade dient door deze verzekeraar vergoed te worden.   Enkel de zaakschade (zoals de fietsschade, de gsm-schade) is uitgesloten.

Indien meer dan één voertuig betrokken is, is de vergoeding hoofdelijk verschuldigd door de diverse verzekeraars, hetgeen impliceert dat de zwakke weggebruiker vrij kan kiezen tot welke verzekeraar hij zich wendt om vergoeding te bekomen van het geheel van de vergoedbare schade.  De verzekeraar die wordt aangesproken door de zwakke weggebruiker om schadeloosstelling te bekomen kan zich tot de andere hoofdelijk gehouden verzekeraar(s) wenden teneinde te bekomen dat zij in gelijke delen bijdragen tot de verschuldigde vergoedingen, ongeacht de aard of de mate van betrokkenheid van de door hen respectievelijk verzekerde voertuigen.

De vordering op grond van artikel 29bis WAM kan niet worden ingesteld tegen de bestuurder, de eigenaar of de houder van het betrokken motorvoertuig.   Zij kan enkel ingesteld worden tegen de verzekeraar(s) van het/de betrokken motorvoertuig(en).    De vordering op grond van artikel 29bis WAM kan evenmin ingesteld worden tegen een andere verzekeraar dan de WAM verzekeraar zoals bijvoorbeeld de verzekeraar BA-privéleven of de verzekeraar uitbating.

De bepaling van artikel 29bis WAM is van openbare orde, zodat een clausule van afstand van verhaal ondertekend door een vergoedingsgerechtigde aan deze niet tegenstelbaar is door de vergoedingsplichtige verzekeraar.

 

HOE WORDT DE SCHADE BEGROOT?

Om de schade van de zwakke weggebruiker te begroten wordt een medische expertise georganiseerd.   Er kan gepoogd worden om deze expertise minnelijk te organiseren waar beroep wordt gedaan op een door de partijen of één partij aangestelde geneesheer-deskundige.  Of er kan aan de Politierechter gevraagd worden om een geneesheer-gerechtsdeskundige om de schade te begroten.

Het is vervolgens de taak van de advocaat om aan de hand van de besluiten van de deskundige een omvang van de schade concreet te begroten.

Ingeval van discussie kan de zaak steeds aanhangig gemaakt worden voor de Politierechtbank die dan zal oordelen over de zaak.

 

WAT ALS DE ZWAKKE WEGGEBRUIKER ZELF IN FOUT IS?

Indien de zwakke weggebruiker in fout is, dan zal hij nog steeds een vergoeding ontvangen voor zijn lichamelijke schade.

De zwakke weggebruiker en/of diens verzekeraar kunnen wel aangesproken worden voor de voertuigschade van de tegenpartij.

 

VERJARING

De vordering op grond van artikel 29bis WAM verjaart door verloop van vijf jaar vanaf datum verkeersongeval.  De zwakke weggebruiker of diens rechtshebbenden dienen dus binnen de vijf jaar vanaf datum verkeersongeval de zaak aanhangig te maken voor de rechtbank.

 

BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANK

Enkel de Politierechter zetelend in burgerlijke zaken is bevoegd om kennis te nemen van vorderingen gesteun dop artikel 29bis WAM.

De Politierechter zetelend in strafzaken is onbevoegd om kennis te nemen van vorderingen gesteund op artikel 29bis WAM.

 

Voormelde uiteenzetting is geenszins een volledig overzicht. Het betreft een korte beperkte uiteenzetting. Het gebruik van dit materiaal geldt onder voorbehoud van alle rechten en zonder enige nadelige erkentenis, noch verzaking. MM Justice Advocaten kunnen niet aansprakelijk gesteld worden op grond van deze informatie.

Opgemaakt op 19/08/2025

Contacteer ons